A B C D E F G H K L M N O P R S T V W Z

Koolwitje

KoolwitjeHet koolwitje (Pieris rapae of brassicae) dankt zijn naam aan de kool die ze verkozen hebben tot lievelingshabitat. Vroeg in het jaar komt hij ook voor op judaspenning en herderstasje, om zich later naar de kool te verspreiden.
De rupsen van het groot koolwitje voeden zich vooral met de buitenste koolbladeren en verorberen systematisch het bladgroen, enkel de zware nerven blijven over.

Remedie:
Door de koolplanten af te dekken met vliesdoek kun je het leggen van de eitjes voorkomen.

Loodglans bij pruimen en kersen

loodglans_kleur

Door loodglans aangetaste bladeren, let op de matte, fletse kleur van het normaal helder groene blad.

Loodglansziekte komt hoofdzakelijk voor bij steenvruchten (pruimen en kersen), maar soms ook bij appel- en perenbomen. Bladeren van de geïnfecteerde bomen krijgen een melkachtige, grijsgroene glans, die veel op die van lood lijkt, vandaar de naam.

Het aangetaste blad voelt hard aan en is stijf en bros. De takken blijken bij doorsnijden bruin tot violet verkleurd te zijn.
Bij vochtig en warm weer kunnen zich op de takken de paarse vruchtlichamen ontwikkelen, die later in de herfst en de winter hun sporen verliezen. De verwekker van loodglans is de paarse korstzwam (loodglanszwam), een wondparasiet.
Gezond en gaaf hout wordt niet geïnfecteerd. De zwam kan ook leven op gesnoeid en dood hout waardoor altijd het snoeihout verwijdert dient te worden.

Remedie

Aangetaste takken moeten worden afgezaagd en verbrand. Is tevens de stam aangetast dan moet de gehele boom worden gerooid. Genezen zal de boom zeker niet. Takken met loodglans direct eruit halen anders heeft binnen 1 week de hele boom het. Rond juli treed loodglans het vaakst op.

Preventie

De loodglans ziekte dient preventief te worden bestreden. Daarvoor is het nodig dat steenvruchten bij voorkeur direct na de oogst hun wintersnoei krijgen, de snoeiwonden groeien dan gemakkelijk dicht zodat de kans op aantasting kleiner wordt. Zorg er ook voor dat de bomen goed kunnen groeien. Dit kun je bereiken met een goede bodemstructuur en een gezonde waterhuishouding.

Magnesium gebrek

MagnesiumgebrekMagnesiumgebrek komt voor in veel variëteit tussen verschillende plantensoorten. Als een magnesium gebrek optreedt, zal dit meestal laat in het seizoen gebeuren.
Een karakteristiek van magnesiumgebrek, is de vergeling van het gebied tussen de nerven van de bladeren, dat een soort van marmerachtig effect geeft. De nerven zelf, en het gebied hieromheen verkleuren niet.

Remedie:
Magnesium gift

Mollen

MollenEigenlijk is een mol best nuttig in de tuin. Hij eet namelijk naast de nuttige wormen ook de schadelijke engerlingen, veenmollen, ritnaalden en emelten uit onze grond op.

Remedie:

  • Graaf een fles in de mollengang, de open fles brengt een fluittoon voort.
  • Trap elke dag de gang(en) dicht.
  • Strooi uiensnippers of stop een teentje knoflook in de opening van elke molshoop.
  • Plant keizerskronen (Fritillaria imperialis).

Netten

Specht in net, foto van Helen Lind (lid)

Specht in net, foto van Helen Lind (lid)

Op de moestuin, zeker op een tuin waar geen gif gebruikt mag worden, ontkom je eigenlijk niet aan het gebruik van netten om de oogst te beschermen.

Netten over bijvoorbeeld de bessenstruiken beschermen tegen duiven en andere vogels, over de kool weert het de konijnen etc.

Uit respect voor de natuur is het wel belangrijk om gevaar voor dieren op de tuin zo veel mogelijk te voorkomen. Let er dus op dat:

  • het net goed strak gespannen is
  • de kleur van het net opvallend is (niet zwart)
  • de mazen van het net zo klein mogelijk zijn
  • het net zo snel mogelijk weer verwijderd wordt als de groente is geoogst.

“In augustus 2015, s’morgens vroeg was een klaaglijk gemiauw te horen. Wat nou weer? Ik had geen schaar bij de hand, dus ben snel terug gelopen naar mijn tuin. De kat zat strak in het gaas verstrikt. Hij was vast van plan geweest een musje te vangen. Die hing inmiddels levenloos in het net!!!! Je ziet nog zoveel ZWART- gaas op de tuinen. De dieren zien het niet. De kat was koud en slap en die heb ik dus snel mee naar mijn tuin genomen en opgewarmd. Na een uurtje warm kattevoer gegeven, dat ik voor de egels, maar die hadden even pech. De kat heeft bijna de hele dag op mijn schoot gelegen, zo hadden we het beiden lekker warm. De kater komt nog regelmatig in de tuin. Goed afgelopen dus.”

Poes in net, foto Helen Lind (lid)

Poes in net, foto Helen Lind (lid)

Perengalmug

De aantasting die door de perengalmug wordt veroorzaakt is ook bekend onder de naam dikkoppen. Deze naam duidt op de dikke peren vruchtjes die tijdens de zettingsperiode zichtbaar worden.
De aangetaste vruchtjes zijn dikker omdat zij vol zitten met larven van de perengalmug. Aangetaste vruchten vallen er nog voor de junirui af. De perengalmug is ongeveer 4 mm groot. Het vrouwtje heeft een lange legbuis om het binnenste van een knop te bereiken. Zij legt haar eieren in de bloemknoppen van een gemengde knop. Wanneer dikkoppen worden opengesneden zijn de witte larven (5 mm lang) duidelijk zichtbaar.

Levenswijze

De perengalmug heeft één generatie per jaar. Vanaf maart verschijnen de muggen. Deze leggen na paring hun eieren in de gemengde knoppen. In april en mei ontwikkelen de larven zich in de jonge vruchten. Begin juni vallen de aangetaste vruchten af. De larven verlaten de vruchtjes en overwinteren in een cocon in de grond van juni tot maart.

Maatregelen

Een effectieve, maar arbeidsintensieve maatregel is het verwijderen en vernietigen van dikkoppen na de zetting en voor de rui. Daarmee wordt de populatie verkleind.

Links de afgevallen vruchten na de rui in juni. Rechts een typisch dikkopje in een vroeg stadium.

Phythophthora

PhytoPHYTHOPHTHORA BESMETTING

Een phythophthora besmetting op het tuincomplex betekent dat alle tuinders die aardappelen (en tomaten) telen verplicht zijn maatregelen te nemen. Aanpak van Phytophthora is wettelijk bepaald. De enige maatregelen die we kunnen treffen op een biologische tuin:

  • Aardappelen rooien
  • Alle loof verwijderen
  • Alle loof van de tuin afvoeren in vuilniszakken en thuis in de grijze vuilnisbak weggooien. Dus niet bij het GFT-afval.

WAT IS PHYTOPHTHORA OFWEL AARDAPPELZIEKTE

Phytophthora is de bekendste en beruchtste aardappelziekte. Een probleem voor telers van aardappels en tomaten. Deze schimmelziekte kan een gehele aardappel- en tomatenoogst vernietigen en zich bovendien zeer snel verspreiden naar omliggende percelen. De phythophthora is een schimmelziekte die vooral bij vochtig weer snel om zich heen grijpt. De sporen van de phytophthora verspreiden zich snel via de wind.

ACHTERGROND
Aardappelziekte of phytophthora is een plantenziekte op aardappelen en tomaten die veroorzaakt wordt door de oömyceet Phytophthora infestans. Oömyceten lijken erg op schimmels maar zijn het niet, daarom worden ze wel pseudo-schimmels genoemd. Omdat deze oömyceet zich in natte zomers snel kan verspreiden, veroorzaakt deze ziekte vooral veel schade in de landen met een vochtig zeeklimaat. Naast de snelle verspreiding door de lucht kunnen de sporen via de grond de knollen aantasten. Bovendien kunnen deze sporen tot 4 jaar in de grond overleven. Vermoed wordt dat agressievere varianten zijn ontstaan, die het aardappelgewas gemakkelijker en sneller aantasten, niet alleen van boven maar ook vanuit de grond.

TE HERKENNEN AAN
Een met phytophthora besmette aardappelplant begint te ‘verkreukelen’, veroorzaakt een bruinverkleuring en afsterving van de bladeren en stengels. Ook op tomaat kan deze ziekte voor vroegtijdige afsterving zorgen. Op de aangetaste aardappelknollen verschijnen bruinachtige vlekken en uiteindelijk verrotten ze.

  1. De spore van aardappelziekte heeft water nodig om te kiemen bij een gematigde temperatuur. 3 tot 5 dagen na de infectie zijn kleine vlekjes zichtbaar op de bladeren, maar ook op de stengels.
  2. Deze vlekjes worden snel groter.
  3. In het begin zien deze vlekjes er waterachtig, glazig uit.
  4. Enkele dagen later zijn dit droge, verdorde vlekken.
  5. De vlekken zijn dikwijls omringd door een lichtere gele zone.
  6. Ook de stengels kunnen aangetast worden.
  7. Bij sterke aantasting en veel regen kan de infectie doorgaan tot in de knollen

BESTRIJDING
In geval van besmetting maar twee remedies zijn: ‘Spuiten met chemische middelen of al het loof eraf halen en vernietigen’. Chemische middelen gebruiken we niet op onze biologische tuin, dus wij verwijderen de zieke tomatenplanten en het zieke aardappelloof. De tomaten en het loof ter plaatse in plastic zakken stoppen en afvoeren van het tuincomplex. Gooi ziek loof nooit op de composthoop!
Gewoonlijk overwintert de ziekte in besmette knollen die achterblijven op het land. Daarom is het belangrijk dat er geen aardappelknollen in het land blijven liggen. Aardappels die per ongeluk blijven zitten en in het voorjaar weer opkomen, direct verwijderen en afvoeren.

WETTELIJKE EISEN
Voor aardappeltelers (akkerbouwers) gelden wettelijke verplichtingen voor de bestrijding van Phytophthora. Naast afvalhopen zijn phytophthora-aantastingen in het veld (zieke planten in een aardappelgewas en zieke aardappelopslagplanten) gevaarlijke verspreidingsbronnen van Phytophthora infestans. De verplichting om deze bronnen te bestrijden is al vanaf 15 april van kracht. Niet bestrijden is strafbaar. Vanaf 1 juli is alle aardappelopslag vanaf een bepaalde omvang strafbaar. Er is dan sprake van een overtreding als op een (deel van een) perceel gemiddeld meer dan twee planten per vierkante meter staan. Het perceel(sgedeelte) waarop zich de opslag bevindt moet minstens 0,3 hectare groot zijn. De NAK is door het Productschap voor de Akkerbouw aangewezen als toezichthouder en controleert of er sprake is van een strafbare situatie. Het is niet geheel duidelijk te achterhalen wat de eisen voor volkstuinen en tuinverenigingen zijn, maar elk risico voor besmetting van de professionele teelt moet worden tegengegaan.

Slakken

naaktslak3Vervelend en haast onvermijdelijk: slakken in je (moes)tuin. Elk jaar opnieuw duiken ze weer massaal op. Maar wat doe je ertegen? Velt, de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren, geeft 5 ecologische tips. Zo kun je je groenten en andere planten beschermen.

  1. Plaats hindernissen…
    Waar slakken niet overheen kunnen. Denk aan fijngemaakte eierschalen en -schelpen, cacaodoppen, hennepstrooisel en koffieprut. Je kunt je groenten en andere planten ook beschermen door er een scherpe plastieken rand rond te plaatsen, zoals een plastic fles.
  2. Zorg voor je bodem
    Slakken kunnen zich moeilijk verplaatsen op droge grond. Door herhaaldelijk oppervlakkig te schoffelen, droogt het bovenste laagje van je grond uit. Je kunt ook je bodem bedekken met een laagje droog, fijn grasmaaisel: dat beschermt je bodem en weert slakken.
  3. Laat kippen in de tuin werken
    Houd er wel rekening mee dat kippen dikke slakken grondig beu raken en sommige kippen zelfs helemaal geen slakken lusten. Kippen houden is bij ons op de tuin verboden, maar vergeet de egels niet, die lusten ook erg graag slakken.
  4. Lok slakken met bruin bier
    Graaf een bekertje in de grond – waarbij de bovenrand op gelijke hoogte komt van de grond – en vul dit met bruin bier. Plaats vervolgens een afdakje boven deze beker, zodat het er niet in kan regenen. De slakken komen af op de geur van het drankje (ze weten wel waarom!), willen er van drinken en vallen er in.
  5. Vang slakken met de hand
    ’s Avonds – met de zaklamp in de hand – of bij vochtig weer is het heel gemakkelijk om ze te spotten in de tuin. Deze slakken kun je verplaatsen naar een wild stukje grond in de buurt, maar wel ver genoeg zodat ze niet meteen terugkeren. Je kunt ze ook voeren aan je kippen of eenden.

Spinselmot

SpinselmotDe stippelmot of spinselmot (Hyponomeuta/Yponomeuta padellus) is een ware plaag. In korte tijd worden o.a kers, sierkers, appel, meidoorn, kardinaalsmuts of peer van hun groene bladeren ontdaan door de vraatzucht van de larven en rupsen.

Remedie:
Omdat de spinselmot eigenlijk alleen effectief met gif bestreden kan worden dat giftig is voor bijen en andere insecten, blijft voor onze moestuin alleen het in een zo vroeg mogelijk stadium wegknippen van de aangedane takken over. Gelukkig herstellen de planten zich meestal in de loop van de zomer en krijgen opnieuw blad.

Vraat (haas, ree, konijn)

VraatWanneer er in de winter weinig te eten is beginnen de konijnen, hazen en reeën nogal eens aan de bast van onze jonge fruitbomen te knabbelen. Kleine vraatsporen zal de boom overgroeien. Soms is echter de volledige bast over een hoogte van tientallen centimeters eraf gescheurd. De boom is dan helaas verloren.

Remedie:
Plaats bescherming om de bast van jonge bomen. Er zijn hiervoor speciale manchetten te koop. Laat deze niet te lang zitten om ingroeien te voorkomen en ook omdat het een overwinterplek voor bloedluis vormt,als de ruimte tussen de bast en de manchet krapper wordt.